Tenslotte Tenslotte
Tenslotte
Witte Donderdag heet in het Engels Maundy Thursday. Dit komt van het  Latijnse  woord mandatum, dat “gebod” betekent. Dit gebod verwijst allereerst naar het nieuwe gebod: 'Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad.. (Joh. 13:34) Dit gebod krijgt vorm in twee subgeboden. Het eerste: Laat Mij je voeten wassen (Joh. 13:8). Ds. de Roest wees er in de Witte Donderdag dienst op, dat dit voor ons nog niet zo gemakkelijk is, om je vuile voeten te laten wassen en zeker niet door Jezus. Het tweede: Doe dit om Mij te gedenken (Luc. 22;19). En ook dát is voor sommigen niet makkelijk. Dat het vieren van het Heilig Avondmaal geen beloning is voor goed (geloofs)gedrag, maar allereerst iets van gehoorzaamheid  heeft. Wij moeten ons durven laten liefhebben door Jezus. Persoonlijk vind ik het een zegen dat je niet steeds op je gevoel hoeft af te gaan, maar Jezus ons de liefde (en het geloof en de hoop) ook gebiedt.
Iets anders. Eens in de zoveel tijd barst er weer eens een discussie over het bijzonder en dan vooral over het christelijk onderwijs los. En dan wordt  gezegd dat het niet meer van deze tijd is dat “de overheid de christelijke school betaalt” (teletekst van 25 april). Wat een onzin. Allereerst betaalt de overheid niet, maar de belastingbetaler, inclusief de burger die het christelijk onderwijs prefereert. Om nu de “openbare” burger niet te belasten met het bijzonder onderwijs en de “bijzondere” burger niet met het openbare onderwijs, zou je eenvoudigweg (als dat eenvoudig is) het totale percentage onderwijs op de rijksbegroting kunnen vaststellen. Laten we zeggen – voor het gemak – dat dit  tien procent is. Dan kun je óf de belastingen met 10% verlagen en zowel de “openbaren” als de “bijzonderen” hun eigen onderwijs laten betalen. Óf de overheid geeft die 10% alleen aan wie aantoonbaar bijzonder onderwijs gebruikt. Ik heb sterk de indruk dat de ouderlijke betrokkenheid, bij het bijzonder onderwijs groter is dan bij het openbare, op de christelijke lagere school waar ik naar toe ging werd een groter deel van het onderhoud door betrokken vrijwilligers dan op de nabij gelegen openbare lager school. Dit zou kostenverlagend kunnen werken, waardoor de belastingverlaging van 10% misschien de verbetering van het bijzonder onderwijs ten goed zou kunnen komen.  Aangezien (cijfers 2017) 70% (sic) van de leerlingen naar het bijzonder primair en voortgezet onderwijs gaat kan dat nog een fors bedrag opleveren. En eigenlijk is het een vreemde zaak dat de 30% “openbaren”, 70% “bijzonderen” hun identiteit verwijten en financieel willen afdwingen. Landelijk heb ik het niet nagezocht maar in Zeeland waren bovendien de beste basisschool (Ds. DL Aangeenbrug, Terneuzen) en de beste middelbare school (Reynartcollege, Terneuzen) bijzondere scholen. Universitair ligt dat anders, daar is Wageningen nummer 1. Ook is het zo dat bijzonder onderwijs niet noodzakelijk christelijk is, Wijlen Jan Slothouber uit onze gemeente was hoofd van een bijzonder-neutrale school in Heemskerk. Er zijn ook bijzonder antroposofische en islamitische scholen en waarschijnlijk nog wel andere ook. De vrijheid van betaalbaar én qualitatief goed onderwijs zoals Nederland die kent is – bijzonder wilde ik zeggen , maar ik zal dat niet doen – opmerkelijk. En wat er nu “niet van deze tijd” aan is, is me helemaal een raadsel. Persoonlijk hoop ik dat het proefballonnetje van dhr. Dijkhoff  over artikel 23 van de grondwet dezelfde weg opgaat als dat van premier Rutte over de dividendbelasting. Wat er liberaal (zoveel mogelijk vrijheid van het individu) is aan het beperken of afschaffen van de vrijheid van onderwijs is mij niet duidelijk. Er is nog een andere, diepere, geheimnisvollere vrijheid, die van “ik kan, maar ik wil ook niet anders”. De vrijheid die een mens tegelijk heeft en niet-heeft om “ja” te zeggen tegen de liefde en de geliefde, tegen het geloof en tegen God, tegen Jezus en Zijn Gemeente. Dat is een vrijheid die bewaakt, bewerkt, beleefd en gevierd dient te worden. “Laat u niet weer een slavenjuk opleggen” zegt Paulus (Gal. 5:1). Op 4 mei gedenken wij allen die in meer of mindere mate voor een bepaalde vorm van vrijheid zijn gestorven. In de dienst van 5 mei en in alle andere erediensten zijn wij met de levenden in die gans-andere vrijheid van het geloven. Daarom, als altijd: Tot zondag. Ds. L.C.P. Deventer?

 
terug