Tenslotte Tenslotte
Tenslotte
Wij  waren met ons kostersechtpaar, Ad en Jannie Kooman op de afscheidsdienst van Kees Bos in Vleuten. Mensen die er toen al waren herinneren hem zich waarschijnlijk nog wel, een becsheiden, maar tegelijk aanwezige man, vriendelijk, grappig, wijs,  op de achtergrond bij mw. Bos. Wie hem ook meer persoonlijk leerde kennen werd telkens verrast door zijn originele en grappige invallen en handelingen. Bewegelijk ook. Hij wilde nergens lang blijven wonen. In de dienst werd o.a. psalm 8 gelezen, het loflied op de grootheid van God en de majesteit van de schepping. Al mijmerend over deze psalm viel me de regel over de mens op: U hebt hem bijna goddelijk gemaakt (vs. 6). Nu heb ik dat “bijna” vaak gelezen als wat ik nu maar noem een brugwoord, het bijna van “we zijn er bijna”, van “nog even”, “nog een klein stukje”, van het naderen van je doel. Maar bij nader inzien denk ik dat het een grenswoord is. Het is een juist een bijna van bijna zwanger (= niet zwanger), bijna dood (= niet dood). De mens is mens, tijdelijk, eindig, beperkt en niet God. Is het daar niet mis gegaan, toen de slang suggereerde dat Adam en Evan er bijna waren, alleen nog even die vrucht. En wat de duivel aan Jezus voorstelde in de woestijn. Is dat niet wat de duivel tot duivel maakte, dat hij niet engel, niet dienende geest wilde zijn maar zich gelijk stellen aan de  Allerhoogste(Jes. 14:15)? Juist dit bijna uit de psalm helpt ons om met vreugde onze plaats in te nemen in de scheping. Wij zijn geen engelen, geen dieren, maar zeker geen God. Het is het bijna van de bescheidenheid (ik durf het bijna niet te vragen), het bijna van de ingehouden vreugde (ik kan het bijna niet geloven).
De mens is niet goddelijk en niet dierlijk. En het dier is niet menselijk. Afgelopen woensdag namen we deel aan de sobere maaltijd, d.w.z. verschillende soorten soep en brood. Diezelfde avond kwam ik al zappend bij een verbijsterende en – wat mij betreft – perverse reclames. Er zijn immorele reclames, zoals die van second love, gewoon een vorm van overspel en hoererij, maar dat is tenminste duidelijk. De reclame die mij trof was er een voor soep voor katten: Heerlijke soepen met smakelijke ingrediënten uit de natuur, rijk aan stukken vis of vlees, zeevruchten, vol aroma & lekkere texturen. Terwijl er overal in de wereld honger wordt geleden bestaat een bedrijf het om gourmetsoepen voor katten te maken! Keuze uit kip, tonijn en garnalen en tonijn en ansjovis.  Wij hadden vroeger thuis twee katten, Mien en Archibald, en die heb ik muizen zien vangen en eten, mussen, een merel en ooit zelfs een meeuw. Maar ik heb nooit en nergens ooit kattevoer gezien met deze ingrediënten. Kattevoer is gewoon mensenvoer in kattevermomming. Welke Nederlandse kat eet in vredesnaam zeevruchten? Of ansjovis? Er zit kip in (als dat er al werkelijk in zit) omdat niemand een blikje met “muis” koopt. Dit vermenselijken van het kattemenu is volkomen ridicuul. De mens wordt nergens  zo zuiver mens als in de eredienst, waar hij of zij de lof aan God zingt en uitzegt, in verootmoediging en vrijspraak. Daar vallen alle pretenties weg, maar ook allel zelfhaat en wanhoop. Daar staat, zit en knielt de mens voor God. En eigenlijk denk ik dat het offer in de tempeldienst in het oude testament het ultieme animale is, Het dier wordt offer, zoals Jezus dat voor de zonde van en in de wereld geworden is. De mens kan niet God of goddelijk worden, God werd wel mens, in en als Jezus Christus. Hij is het centrum, de bron en hert doel van de eredienst. Daarom, als altijd: Tot zondag. Ds. L.C.P. Deventer
 
terug