Tenslotte Tenslotte
Tenslotte
Vorig jaar was ik op een vrije zondag in een kerk in het oosten des lands. Bij binnenkomst in de kerkruimte werden we verrast met beamerbericht: Als u uw banden op spanning houdt verbruikt u minder brandstof. Later, na de dienst, bij het koffiedrinken hoorde ik dat dit bericht  te maken had met het feit dat dit een “groene” kerk was. Op één of andere manier bevreemdde deze brandstofboodschap me. Niet feitelijk, ik breng maandelijks mijn banden op spanning, hoewel eerder uit economische dan uit groene motieven. Maar meer, omdat ik de tijd en de plaats van dit advies niet goed kon meemaken. Alsof er in “mijn” garagebedrijf een groot spandoek zou hangen met “Lees je Bijbel. bid elke dag, dat je groeien mag”, i.p.v. een Pirellikalender en reclame voor smeerolie. De kerkruimte is er m.i. toch meer voor om een mens voor te bereiden op de eredienst, de ontmoeting met God en met mensen, dan om een soort SIRE (“Doeslief”) boodschap over te brengen, hoe zinnig die boodschap ook kan zijn. Is het nu juist niet heerlijk om eens letterlijk en figuurlijk, lichamelijk en geestelijk in de ruimte te komen waar de mens allen maar mens is, geschapen, gevallen en in Jezus Christus gered mens? Zonder al die tijd- en situatie gebonden Bijvoegsel. Waar een zoon van Adam en een dochter van Eva allereerst en allermeest te weten krijgen kind van God te zijn. Niet krachtens onze mogelijkheden en wensen, maar in en door Jezus Christus? Diezelfde vervreemding bekruipt me ook bij een project als wijdekerk, een overzicht m.b.t. het LHBTgehalte. Mijn moeder zei ooit: “Het meest discriminerende wat ik ooit gehoord heb is: voor mij zijn negers óók mensen. Alsof dat ter discussie staat!!” De Gemeente van Jezus Christus, en iedere kerk principieel ook, is precies dat, gemeente van Jezus Christus. Dat betekent dat niemand het recht heeft om er qualitate qua bij te horen en dat niemand het recht heeft om een ander qualitate qua uit te sluiten. Omdat beide, aansluiting én uitsluiting zaak is van Jezus Christus en van Hem alleen. En het lijkt mij, dat als je categorieën gaat opnemen die welkom zijn, je dan ook categorieën moet noemen die niet welkom zijn. En welke zijn dat dan? Pedofilie? Bestialisme? En hoe vermijd je dat de zg, openheid van de kerk iets anders en meer is dan de gewone burgerlijke fatsoensnorm? Is het niet voldoend als een kerkelijke gemeente de deuren opent en zich zingend en biddend, verootmoedigend en lofprijzend, heilige doop en heilig avondmaal vierend invoegt in de tijden en omstandigheden, de zorgen en vreugden van mensen. Is ook dit niet heerlijk, dat niet naar geslachtskenmerken gevraagd en gemeten, maar naar de veel diepere verhouding van een mens tot Jezus gezocht wordt. Wij zijn allen verschillend, maar – zo zegt Miskotte in één van zijn gebeden- hierin gelijk: in schuld en sterfelijkheid en verlorenheid maar ook daarin, dat aan ons allen Uw genade is beloofd en geschonken in Jezus Christus.
Uit en met en tot Hem te leven is kerk zijn. De poort naar de hemel is niet groen en heeft niet de kleuren van de regenboog, maar is een Persoon, “Ik ben de Weg..” Is er iets tegen groen of regenboog? Natuurlijk niet, al was het maar, omdat de confrontatie ermee een denken erover en een stukje als dit oplevert. Misschien zal iemand zeggen, dat een op deze manier beleefde en geleefde kerkdienst een vorm is van escapisme, wereldvlucht. Dat kan zijn, maar voor mij is het een vorm van thuiskomen. Nog lang niet helemaal, dat kan en mag in deze bedeling niet, maar het is wel een begin.
Nu ik bezig ben dit te schrijven komen de berichten binnen over de moordaanslag in Utrecht. Daarover is niets anders te zeggen dan “Kyrië eleisson, Heer, Onferm U”. Ook dit is bij uitstek een woord van en in de eredienst.
Daarom, als altijd: Tot zondag. Ds. L.C.P. Deventer?

 
terug